Road to Nowhere

Zondag 20 mei 2007 – Moscow

PFFFF, dat was moeilijk het bed uitkomen met al die spieren die zich daar tegen verzetten, deels omdat ze nog wat meer rust wilden, deels omdat de inspanningen van gisteren zijn tol geeist hebben. Ik sterf van de spierpijn.

Het is rond half tien en Inge zit al in de vide een sigaretje te roken. Ik doe met haar mee en samen wachten we af wanneer onze gastheer wakker wordt. Dat gebeurt rond een uur of half twaalf.

Ik ben ook al 2 dagen bezig dat internet van hem aan de praat te krijgen, maar dat lukt maar niet. Waarschijnlijk is het de provider die weer eens dwars ligt. Het is weekend dus niemand te bereiken. Wel ff wat anders dan bij ons, maar ja je moet het er maar mee doen.

Ik verstuur SMSjes om aan verscheidene mensen te laten weten dat alles hier ok is, ik vertrouw erop dat zij de boodschap verspreiden.

Na wederom een stevig ontbijt vertrekken we in de middag met de metro naar de toeristenmarkt. Het ligt nogal buiten de stad en is een uit hout opgetrokken dorp waar je erg veel kitsch kunt kopen, maar ook goedkope cd’s/dvd’s en kleding, petten enz.

Wederom dus veel lopen,maar het gaat me al beter af. We hebben daar een uurtje rondgeslenterd en Inge heeft heel wijs daar de souvenirs voor de ouders gekocht. Mooi, dacht ik, dan hebben we dat alvast.

Na deze leuke uitstap met de metro terug de stad in naar een door Nando frequent bezocht terras. Het is nog steeds bloedheet hier rond de dertig graden, dus een beetje verkoeling in de vorm van overdekking en koude frisdrank en bier is erg welkom.

Het terras waar we verbleven ligt vlakbij het Rode Plein en na ook culinair gevuld te zijn liepen we daarheen.

Het Rode Plein lijkt veel kleiner als je er echt staat dan wanneer je het op tv ziet. Maar het blijft indrukwekkend. De Doema links en het mausoleum van Lenin rechts met daarboven het balkon waar de leiders jaarlijks de parade afnemen.

Het was er druk en er werd veel op papieren gecontroleerd. Wij zijn daarbij van gevrijwaard gebleven. [deze zin loopt niet, maar je begrijpt wat ik bedoel J]

Vlakbij is ook het graf van de eeuwige soldaat, met wachters die ieder uur worden afgelost. Het was al acht uur en we konden nog net de laatste wisseling meemaken.

Bij het verlaten van deze omgeving raakten we nog verzeild in de ceremonie van het strijken van de vlag. Dat was een aanfluiting. Normaal wordt een vlag volgens een protocol opgevouwen, hier was het of ze het tafelkleed uitschudden en en passant opvouwden. Tot onze verbazing werd het in een plastic tasje van de plaatselijke supermarkt gestopt te samen met de sigaretten en persoonlijke spullen van degene die de vlag waarschijnlijk gewoon mee naar huis neemt en morgen weer hijst.

 

Het metrostelsel is uitgebreid en brengt je overal. Zo ook nu we gingen naar de Arbat, de enige winkelstraat die omgetoverd is tot voetgangersgebied. Hier gingen we op zoek naar een terras om iets te eten. Uiteindelijk lukte dat bij Kebab restaurant, wat anders dan bij ons hier als chique wordt gezien. Het eten was ok, maar niet bijzonder, alhoewel het vlees wel erg goed van smaak was.

Na ettelijke biertjes  en heel lang wachten op de rekening togen we richting huis. Een wandeling van een half uur en ik moet zeggen ik was kapot, maar wel voldaan.

Thuis nog wat gedronken en stuiterend van moeheid naar bed.